Toeristische tips uit La Petite Irène

Blog 1:
Het atelier en de tuin van Renoir: groene oase middenin Montmartre

Uit La Petite Irène:
‘Irène wordt gekleed in haar azuurblauwe jurk. De jurk is rijkelijk afgezet met kant, zo heb ik op de afbeelding van het schilderij gezien. Ik stel me voor dat ze behoedzaam plaatsneemt op het enige roodfluwelen kussen dat naar buiten mag. Of zou het poseren vooral binnen hebben plaatsgevonden en schilderde Renoir de zo typisch impressionistische bladerpartij met twinkelend zonlicht er later in zijn atelier bij?’

Pierre-Auguste Renoir had op verschillende locaties in Parijs een atelier, met name in de wijk Montmartre. Vanaf oktober 1873 werkte de schilder in een atelier op de hoogste verdieping van het pand aan de Rue Saint Georges nummer 35, waar hij ook woonde. Zijn broer Edmond woonde in hetzelfde huis op een lagere verdieping. In de lente of zomer van 1875 of 1876 (de deskundigen zijn het daar niet over eens) besloot de schilder een atelier te huren in een van de oudste panden van La Butte, de Rue Cortot 12-14. Hier schilderde hij enkele van zijn meesterwerken, waaronder ‘Bal du moulin de la Galette’, ‘La Balançoire’ en ook ‘La Petite Fille au ruban bleu’, zoals de officiële naam van La Petite Irène luidt. De grote wilde tuin achter het atelier was voor Renoir de belangrijkste reden om dit tweede atelier te huren.
Tegenwoordig is dit voormalige atelier van Renoir de locatie van het Musée de Montmartre. Binnen voel je meteen de sfeer uit de tijd van de impressionisten. Overal schilderijen en reproducties van werken van schilders als Émile Bernard, Raoul Dufy, Charles Camoin en Suzanne Valadon, én natuurlijk van Pierre-Auguste Renoir. Ze laten het bruisende Montmartre van eind negentiende eeuw tot leven komen. Op de eerste verdieping is Renoirs atelier nagemaakt. Het ziet er behoorlijk echt uit. Net of hij elk moment terug kan komen van de lunch en weer verder gaat met schilderen. Het licht valt prachtig naar binnen door de grote raampartij, net een serre.
Ook de tuin achter het atelier is een bezoekje waard! Wat een oase van rust in zo’n wereldstad. Kleurige bloemenborders en, hoe kan het ook anders, een vijver met waterlelies. In de verte glooiende groene heuvels. Grenzend aan de tuin zelf is een van de allerlaatste wijngaarden van Parijs, de Clos Montmartre. Ook al is de tuin nu keurig aangelegd en zal het vroeger veel meer een woestenij zijn geweest, ik snap dat Renoir hier graag verbleef. Het is prachtig. Midden in het drukke Parijs en toch omringd door de natuur.
Neem een kijkje op de website van het Musée de Montmartre>>

Blog 2:
Renoirs Domaine des Collettes in Cagnes sur Mer

Uit La Petite Irène:
‘Renoir exposeert tussen 1908 en 1914 diverse keren in de buurt van Cagnes. Ik stel me voor dat de expositie wordt aangekondigd in de regionale krant. Het zou zomaar kunnen dat Irène het artikel onder ogen krijgt en ondanks haar haat-liefde verhouding met het schilderij de schilder toch nog eens wil ontmoeten. Ik denk haar inmiddels zo goed te kennen, dat ik kan vermoeden wat ze de schilder zou willen vragen.
Ze zou zo graag van hem willen weten wat hij zelf nu werkelijk van het schilderij vond. Haar moeder vond het eerst prachtig, maar was om een of andere onverklaarbare reden plotseling heel ontevreden over het kunstwerk geworden. Terwijl de kunstkritieken indertijd lovend waren.
Zelf heeft Irène altijd met tegenzin naar het doek gekeken, schrijft ze in haar dagboeken. Met het verglijden van de jaren zag ze vast ook wel dat het prachtig geschilderd was. Zou haar weerzin ontstaan zijn omdat haar moeder het niet mooi genoeg vond? Was Irène zelf ontevreden over haar spiegelbeeld? Of heeft Renoir haar ware ik werkelijk niet kunnen vangen? Daarom, zo stel ik me voor, is ze vast benieuwd of de schilder zelf tevreden was toen hij het portret af had. En of hij, nu hij honderden of misschien wel duizenden schilderijen verder is, La Petite Irène als een van zijn betere, of een van zijn mindere werken beschouwde. En heeft het feit dat hij gedurende een aantal weken met zijn ‘mindere’ schildershand heeft moeten schilderen door de gebroken arm nog effect gehad op de kwaliteit? Of is het kunstwerk daardoor juist extra bijzonder geworden?’

Pierre-Auguste Renoir was voor het eerst in Cagnes-sur-Mer, idyllisch gelegen tussen Nice en Cannes, toen hij op weg was naar Italië om er te schilderen. Dat was in 1903. Hij was meteen gecharmeerd van de vele olijf- en sinaasappelboomgaarden en het prachtige mediterrane licht. Vier jaar later kocht het echtpaar Renoir Domaine des Collettes. De familie hoopte dat in het zonnige zuiden de door reuma geplaagde ledematen van vader Renoir wat minder pijnlijk zouden worden en dat hij weer gemakkelijker kon schilderen. Dat lukte helaas maar ten dele, weten we uit overlevering.
Op het landgoed stond een boerderij die echtgenote Aline te klein en te boers vond. Het paar gaf opdracht voor de bouw van een herenhuis in neo-Provençaalse stijl, inclusief twee grote ateliers. Ze woonden met hun gezin afwisselend daar en in Essoyes, het geboortedorp van Aline, in de Champagnestreek.
Na de dood van zijn ouders bleef zoon Claude Renoir tot 1960 op het Domaine des Collettes wonen. En, heel bijzonder, de oudere zoon, regisseur Jean Renoir, nam in 1959 op het landgoed van zijn ouders de speelfilm Le Déjeuner sur l’herbe op. Hij zal zijn film niet bij toeval deze titel hebben meegegeven, dezelfde als het prachtige schilderij van zijn vaders collega, Édouard Manet. In 1960 kocht de gemeente Domaine des Collettes om er een museum in te vestigen ter nagedachtenis aan hun beroemde inwoner.
Ik bezocht het voormalige woonhuis annex museum jaren geleden. Vanaf het treinstation liep ik in twintig minuutjes naar het Domaine des Collettes. Wat een mooie plek! Ik begrijp goed dat Pierre-Auguste Renoir zich met zijn gezin hier vestigde. Een wereld van verschil met het hectische Parijs. Het is een prachtig herenhuis, omringd door een typisch Provençaalse tuin met oude olijfbomen, sinaasappelbomen en weelderige rozenstruiken. Ook is de moestuin van Renoirs echtgenote Aline in ere hersteld.
Renoir schilderde en beeldhouwde er tot aan zijn dood in 1919. Hij was toen al vier jaar weduwnaar. In de elf jaar dat Renoir er woonde ontving hij regelmatig beroemde kunstenaars als Henri Matisse, Claude Monet, Auguste Rodin, Amedeo Modigliani en Pablo Picasso.
Naast persoonlijke bezittingen van de schilder zijn er ‘slechts’ veertien originele werken van Renoir in het museum te zien. En dan te bedenken dat Renoir de wereld meer dan vierduizend schilderijen naliet.
Het fijnste gedeelte van het huis annex museum vond ik het grote atelier waar de antieke houten rolstoel van de kunstenaar roerloos voor zijn ezel en schilderskist staat, én natuurlijk de tuin, die nu zo ongeveer op zijn mooist zal zijn. Ik moet snel weer eens naar Cagnes…

Neem een kijkje op de website van het Musée Renoir in Cagnes>>

Lees ook de toeristische tips op de pagina La Petite Irène in de media>>